Nederland blijvend in top-10 van meest concurrerende economieën
Nederland blijvend in top-10 van meest concurrerende economieën

Nederland blijvend in top-10 van meest concurrerende economieën

15 Aug 2014

Nederland weet een stevige positie in de top-10 vast te houden van de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum door een excellent onderwijssysteem, infrastructuur van wereldklasse, en toenemende investeringen in innovatie.

Het Nederlandse concurrentievermogen staat dit jaar stabiel op de 8e plaats, zo blijkt uit onderzoek van het World Economic Forum. Het onderzoek in Nederland werd uitgevoerd onder leiding van professor Volberda, hoogleraar aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit: 
 
"Het excellente hoger onderwijs (3e positie), de snelle toepassing van nieuwe technologieën (9e positie) en ICT (8e positie), en de continue aandacht voor innovatie (8e positie) dragen bij aan zeer geavanceerde bedrijven (5e positie) die een belangrijke positie innemen in hoogwaardige internationale waardeketens." 
 
Daarnaast spelen volgens professor Volberda ook een infrastructuur van wereldklasse (4e positie), en de concurrerende (5e positie) en open markten (6e positie) een belangrijke rol in het handhaven van de top-10 positie op de mondiale concurrentie-index.
 
Nederland wordt echter nog steeds gehinderd door een starre arbeidsmarkt en een zeer kwetsbaar financieel systeem.
Ondanks de sterkten van de Nederlandse economie, wordt het concurrentievermogen gehinderd door blijvende rigiditeiten in de arbeidsmarkt. Volgens professor Volberda spelen de hoge kosten voor het aannemen en ontslaan van medewerkers (123e positie) en het gebrek aan flexibiliteit in de loonvorming (135e positie) de Nederlandse economie echter parten. Deze rigiditeiten worden als meest problematisch gezien voor het aantrekken van bedrijven in Nederland. Daarnaast is het financiële systeem in Nederland nog steeds kwetsbaar. De gezondheid van banken, aldus Volberda, staat nog steeds onder druk (80e positie) waardoor de kredietverstrekking naar het MKB maar moeizaam op gang komt (48e positie). Om het Nederlandse concurrentievermogen verder te verbeteren moet het kabinet de arbeidsmarkt hervormen en de toegang tot kredietverstrekking verbeteren.
 
Het topsectorenbeleid van dit kabinet begint zijn vruchten af te werpen: Nederland scoort beter op innovatie.
Na een stroperige start begint het topsectorenbeleid van dit kabinet volgens professor Volberda zijn vruchten af te werpen: "Waar er afgelopen jaren een nijpend tekort was aan kenniswerkers, zijn er nu beduidend meer technici en ingenieurs beschikbaar (30e positie). Daarnaast is de samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven in de verschillende topsectoren sterk verbeterd (9e positie). Tevens zijn de bedrijfsinvesteringen in Research en Development toegenomen (17e positie). Ten slotte zijn de wetenschappelijk onderzoeksinstituten in Nederland van topkwaliteit (6e positie)." 
 
- Zwitserland en Singapore hebben hun koppositie weten te behouden. De Verenigde Staten treedt toe tot de top-3 en Zweden is de grootste daler in de top-10.
Door investeringen in talent en innovatie weten Zwitserland (1e plaats) en Singapore (2e plaats) hun koppositie behouden. Finland (4e plaats) moet een positie in de top-3 opgeven door een verslechtering van de macro-economische condities. Na jarenlange dalingen zet de Verenigde Staten zijn opmars voor het tweede jaar op rij voort en stijgt naar de 3e plaats door hoger onderwijs van goede kwaliteit, een flexibele arbeidsmarkt, en zeer veel innovatieve bedrijven. Ook Duitsland is een plaats gezakt (5e plaats) door achterblijvende investeringen in infrastructuur en hoger onderwijs. Japan is met 3 plaatsen gestegen naar de 6e plaats door de hoge investeringen in R&D, talent en innovatie. Zweden is de grootste daler van de 6e naar de 10e positie door een starre arbeidsmarkt en zeer hoge belastingtarieven.
 
De kloof tussen Noord-Europa en Zuid- en Oost-Europa blijft gehandhaafd: landen die hervormingen doorvoerden verbeteren hun concurrentiepositie.
Ondanks de aanwezigheid van maar liefst zes Europese landen in de top-10, zijn er ook veel Europese landen die beduidend minder goed scoren. Er is nog altijd een grote kloof tussen een Noord-Europese koplopergroep en een Zuid- en Oost-Europese achterhoede. Toch is er in deze achterhoede van landen met een lagere concurrentiepositie ook een verschil ontstaan. Landen die hervormingen doorvoeren ten bate van hun concurrentiepositie zien zichzelf flink stijgen op de mondiale concurrentie-index. Specifieke voorbeelden zijn Portugal (stijgt met 15 plaatsen naar 36e positie) en Roemenië (stijgt met 17 plaatsen naar 59e positie). Daarentegen laten landen zoals Italië (49e positie) en Frankrijk (23e positie) weinig verbetering zien.
 
Bron: FM.nl
IP Nederland maakt gebruik van cookies

Wij plaatsen cookies om uw ervaring op de website te verbeteren. De cookies die vereist zijn om de website te gebruiken zijn wettelijk toegestaan. Voor de andere cookies kunt u hieronder toestemming geven.

meer informatie